header ZZ

header ZZ mobiel

maandag, 19 juni 2017 14:33

Staatssecretaris content met uitvoering fosfaatreductieplan


Enkele maanden na de start van het fosfaatreductieplan is er al meer fosfaat verminderd dan ver-wacht. Het doel is binnen bereik, stelt staatssecretaris Martijn van Dam.

Tekst: René van Buitenen - Foto: NZO

Het gaat goed met de reductie van fosfaat door de Nederlandse melkveehouderij. De inspanningen van de sector om nog dit jaar te voldoen aan de normen van de Europese Unie zijn succesvol. Dat blijkt uit mededelingen die staatssecretaris Martijn van Dam de afgelopen weken aan de Tweede Kamer heeft gedaan.
De Kamer houdt de vinger aan de pols bij de reductie van fosfaat. Nederland moet dit jaar de fosfaatproductie terugbrengen onder het vereiste niveau van 172,9 miljoen kg. Dan behoudt de melkveehouderij de derogatie en kan Nederland het gesprek met de Europese Unie aangaan over verlenging van deze uitzonderingpositie van de Europese Nitraatrichtllijn. Komt de hoeveelheid fosfaat niet onder het gestelde plafond, dan kan de melkveehouderij de derogatie vergeten. Dat zou enorme financiële consequenties hebben voor de sector. Vandaar dat de Kamer voortdurend op de hoogte gehouden wil worden.

Beter dan verwacht
Vooralsnog kan de Kamer gerustgesteld zijn. De fosfaatreductie loopt eigenlijk beter dan verwacht, liet de staatssecretaris onlangs weten. Vooral de uitvoering van de ministeriële regeling die ketenorganisatie ZuivelNL in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken uitvoert, verloopt naar wens. Samen met de verlaging van het fosforgehalte in mengvoeders (het voerspoor) en de subsidieregeling voor bedrijfsbeëindigers leidt het fosfaatreductieplan tot een flinke vermindering van de fosfaatproductie. De melkveestapel is dit jaar al met ruim 90.000 stuks vee gekrompen. In totaal heeft het maatregelenpakket in het eerste kwartaal een reductie opgeleverd van 5 miljoen kg fosfaat.
Op basis van voorlopige cijfers is de verwachting dat de fosfaatproductie dit jaar met 6,6 miljoen kg moet worden verminderd ten opzichte van de productie in 2016. Het fosfaatreductieplan bevat echter een marge en beoogt een reductie van 8,2 miljoen kg te realiseren. “De drie maatregelen zijn tot op heden samen effectiever dan waar in de oorspronkelijke prognose rekening mee werd gehouden. Het gestelde doel, de reductieopgave van 8,2 miljoen kg fosfaat, is dan ook binnen bereik”, aldus Van Dam, die vaststelt dat de ketenpartijen een grote inspanning hebben geleverd.
“Dit betekent echter niet dat we er al zijn. Het is in het belang van de melkveehouderij om nu vol te houden en de laatste stappen te zetten. Dit is nodig om in Brussel het gesprek te kunnen voeren over behoud van derogatie.”
Hij vindt het daarom essentieel om vast te houden aan de reductieopgave van 8,2 miljoen kg fosfaat. De staatssecretaris wijst onder meer op de definitieve cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de fosfaatproductie van 2016. Die cijfers worden binnenkort verwacht. Zij kunnen afwijken van de prognose waarop het fosfaatreductieplan is gebaseerd. Ook andere tegenvallers sluit Van Dam niet uit. Tijdens een debat met de Kamer wees hij er bij voorbeeld op dat de fosfaatproductie in andere veehouderijsectoren de afgelopen tijd juist is toegenomen.

Beperkt kortingspercentage
Niettemin vindt de staatssecretaris de tot op heden bereikte resultaten overtuigend genoeg om het percentage waarmee veehouders hun veestapel de komende maanden moeten reduceren beperkt te houden. Voor de derde periode van het plan (juli en augustus) was een reductiepercentage voorzien van maximaal
20 procent. In overleg met de sectorpartijen is besloten het kortingspercentage vast te stellen op 12 procent.
“We willen de melkveehouders maximale duidelijkheid geven over de inspanning die nog van hen wordt gevraagd en die nodig is om het fosfaatreductiedoel te realiseren. Daarom spreken wij de ambitie uit om dit percentage ook te hanteren in de vierde en vijfde periode. Mochten de monitoringsgegevens daar aanleiding toe geven, zal het kortingspercentage later dit jaar echter moeten worden bijgesteld.”

Jongveegetal
Ondertussen heeft de staatssecretaris de fosfaatreductieregeling versoepeld op het punt van het jongveegetal. De regeling is zo aangepast, dat melkveebedrijven jongvee mogen afvoeren voor dood, slacht en export, zonder dat zij een evenredig aantal melkkoeien hoeven af te stoten. Bovendien mogen zij nuka’s tot de leeftijd van 35 dagen vrij afvoeren naar een melkleverend of niet-melkleverend bedrijf in Nederland. Het jongveegetal is alleen van toepassing op melkveebedrijven die jongvee ouder dan 35 dagen afvoeren naar een melkleverend of niet-melkleverend bedrijf in Nederland. 
De aanpassing is tot stand gekomen op verzoek van LTO, NZO, NAJK, NMV, Nevedi en Rabobank. De alternatieve invulling van het jongveegetal was noodzakelijk omdat de oorspronkelijke variant de normale bedrijfsvoering op veel melkveebedrijven belemmerde. Het jongveegetal was in de regeling opgenomen om het tijdelijk elders onderbrengen van dieren op niet-melkleverende bedrijven (zonder dat daarbij op nationale schaal fosfaat gereduceerd zou worden) tegen te gaan.
Overigens is de Eerste Kamer dinsdag 23 mei akkoord gegaan met de invoering van het wettelijk stelsel van fosfaatrechten om de fosfaatproductie door de melkveehouderij te begrenzen. Eerder stemde de Tweede Kamer daar al mee in. Voorzien is dat het stelsel van fosfaatrechten per 1 januari 2018 in werking treedt.

 

Login om meer te lezen

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Zoeken

Advertenties