header ZZ

header ZZ mobiel

dinsdag, 19 september 2017 09:24

Code voor Europees veevoer


Agrarisch concern Agrifirm heeft criteria opgesteld voor Europees veevoer. De code is een richtsnoer voor ketenpartijen die regionale grondstoffen willen gebruiken.

Tekst: René van Buitenen - Foto: Agrifirm

De roep om grondstoffen regionaal in te kopen, klinkt steeds luider in de maatschappij. Ook in de zuivelketen wordt getracht zo veel als mogelijk gebruik te maken van grondstoffen uit de regio, zoals veevoer van Europese herkomst. Daar zitten nogal wat haken en ogen aan, weet Ruud Tijssens, die als directeur corporate affairs, strategic R&D en CSR verantwoordelijk is voor het duurzaamheidsbeleid bij Agrifirm. Het coöperatieve agriconcern stelde onlangs de Code Veevoer van Europese herkomst op. Die maakt duidelijk wat Agrifirm verstaat onder grondstoffen van Europese herkomst.
“De code geeft antwoord op een aantal vragen die regelmatig terugkeren in de discussie”, stelt Tijssens. “De eerste is hoe je Europa precies definieert; is dat politiek of continentaal bepaald? En is dat dan inclusief of exclusief de Oekraïne, wat een ongelofelijk belangrijk akkerbouwgebied is met veel eiwithoudende gewassen.” Agrifirm gaat uit van continentaal Europa, inclusief onder meer de Oekraïne en het Europese deel van Rusland.

Eiwithoudende grondstoffen
Het tweede discussiepunt is de beschikbaarheid van voldoende eiwithoudende grondstoffen in Europa. “Als je voor een nicheproduct grondstoffen nodig hebt, is dat minder relevant, maar als het om een mainstreamproduct gaat, moet je goed nadenken waar je aan begint”, meent Tijssens. “Op zich is het geen probleem om met grondstoffen van Europese herkomst te voorzien in de eiwitbehoefte. Technisch kan dat. Maar of iets in Europa geteeld wordt, is een andere vraag. Wat levert het op en hoe verhoudt zich dat met het alternatief dat een teler heeft? Een concurrerend gewas brengt wellicht meer geld op.”
Europese grondstoffen kunnen mogelijk duurder zijn, waardoor voor een aantal grondstoffen alternatieven van buiten Europa aantrekkelijk worden. “Voor een duurder sojaschroot zijn ook andere eiwitbronnen beschikbaar, zoals palmpitschroot”, vertelt Tijssens. “Dat is er niet in Europa. Andere alternatieven als zonnepitschroot en raapschroot zijn wel volop in West-Europa te vinden, maar de aanbiedende bedrijven, de crushers, kopen soms vanuit kwaliteitsoverwegingen ook elders hun product in.”

Criteria
In de code heeft Agrifirm criteria opgesteld waar de Europese grondstoffen voor veevoeders aan moeten voldoen. Alle primaire producten – die 10 procent van de rundveevoeders uitmaken (vooral maïs) – moeten volledig van Europese komaf zijn.
Het leeuwendeel van de rundveevoeders is gemaakt op basis van coproducten afkomstig uit voedingsmiddelenindustrie. Voor deze grondstoffen hanteert Agrifirm diverse criteria. Zo mogen bewerkte grondstoffen, met productielocaties buiten Europa, waarvan het hoofdproduct een lokale hoofdbestemming heeft of die voor de wereldmarkt wordt geproduceerd, niet gebruikt worden. Dit geldt voor bijvoorbeeld citruspulp en palmolie. Sojaschroot en -producten (inclusief -olie) moeten daarentegen gesegregeerd uit Europa worden gehaald. Zonnepit- en raap-schroot en -olie kunnen wel zonder verdere beperkingen gebruikt worden, zolang de leverancier maar aantoont dat op jaarbasis gemeten meer dan 80 procent van de grondstof van binnen Europa komt. 
Agrifirm heeft de code de versie 1.0 meegegeven. “De code is tot in detail doorgedacht en inmiddels getoetst bij diverse partijen, ook bij zuivelbedrijven. De code blijkt implementeerbaar en jaagt partijen in de keten niet onnodig op kosten. Maar waar mogelijk staan we natuurlijk open voor verbeteringen.”

Login om meer te lezen

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Zoeken

Advertenties