header ZZ

header ZZ mobiel

maandag, 19 februari 2018 13:22

Nederlandse biologische zuivel stelt zijn eigen normen


De biologische zuivelsector wil zich duidelijker onderscheiden. Aanscherpen van wettelijke regelgeving zou veel te lang duren, constateren boerenorganisatie de Natuurweide en acht zuivelbedrijven. “Dan gaan we het toch zelf doen!”

Tekst: Bert Kleiboer Foto: Ronald van den Heerik

Een ‘unieke bovenwettelijke standaard’ voor biologische zuivel, waardoor deze koploper blijft op het gebied van natuur-, milieu- en diervriendelijke productie. Zo typeert de belangenorganisatie van biologische melkveehouders ‘de Natuurweide’ de aanvullende normen die eind 2017 zijn vastgelegd. Deze vormen de basis voor een samenwerkingsovereenkomst met biologische zuivelbedrijven.
Die nieuwe standaard is het resultaat van ruim vier jaar voorbereiding en intensief overleg met zowel melkveehouders als zuivelbedrijven, vertelt Teunis Jacob Slob, melkveehouder in Noordeloos en voorzitter van de Natuurweide.

Duidelijk onderscheiden
Het doel is de sector duidelijker te onderscheiden. Dat is nodig om de positie van de biologische zuivelsector op termijn te handhaven, stelt Slob. “Biologische melkveehouderij is een bijzondere tak van sport. We moeten ons voortdurend afvragen of ons profiel nog helder is”, vindt hij. “Er is heel veel dynamiek in de zuivel en in de wereld om ons heen. We moeten ons als biologische sector blijven onderscheiden.”
De basis blijft de Europese wet- en regelgeving voor biologische melkveehouderij. Het liefst zou Slob de normen op dit niveau willen aanpakken, maar dat is een onbegaanbare weg. “Neder-land heeft aangegeven niet te willen afwijken van de Europese wet- en regelgeving. Daarom hebben we gezegd: dan gaan we het toch zelf doen!”
De afgesproken bovenwettelijke normen scherpen de bedrijfsvoering op boerderijniveau aan (zie kader).

Sectorpromotie
Dat resulteert bijvoorbeeld in meer uren weidegang en een maximum voor het aantal koeien (6,5) per ha beweidbaar oppervlak. Een ander voorbeeld is het inzetten van 5 procent van het areaal voor het stimuleren van biodiversiteit.
Er zijn ook aanvullende normen die te maken hebben met de sectorpromotie. Boeren moeten ten minste één op consumenten gerichte activiteit uitvoeren. Daarnaast zijn er voorschriften voor een opgeruimd en schoon erf. “We willen laten zien dat ‘biologisch’ meer inhoudt dan alleen voldoen aan een aantal technische regels op basis van de Europese wetgeving. De verbinding zoeken met de consument hoort er ook bij.”

Praktisch handhaafbaar
De aanvullende normen zijn in december afgelopen jaar vastgesteld. Aan de formulering ervan is veel discussie onder melkveehouders voorafgegaan, vertelt Slob. “Aan de ene kant zijn er collega’s die zich afvragen: wat betekent dat voor mijn vrijheid? Aan de andere kant zijn er ondernemers die zeggen: laten we vandaag beginnen! We zijn eruit gekomen doordat we de normen hebben geformuleerd vanuit de praktijk van de boer.”
“Een heel belangrijke voorwaarde is dat we het eenvoudig houden. Niet alleen voor de praktische uitvoerbaarheid op de boerderij, het moet ook gemakkelijk te controleren zijn door een onafhankelijke partij. We willen beslist geen ingewikkeld systeem dat een hoop geld kost.”

Stuurgroep
De normen zijn vastgesteld in de Stuurgroep Aanvullende Normen Biologische Zuivelketen. Daarin hebben acht zuivelondernemingen en de Natuurweide zitting, onder voorzitterschap van Slob. Daarnaast is er een werkgroep actief die de input vanuit de praktijk levert. Slob: “In de werkgroep zijn leveranciers van elke zuivelonderneming vertegenwoordigd en deze geeft gevraagd en ongevraagd advies.”
2018 is een opstartjaar. Bij aanvang doen de volgende zuivelverwerkers mee: Aurora Kaas, Biokaas Kinderdijk, Eko Holland Melk op Maat, Henri Willig, Rouveen Kaasspecialiteiten, Royal A-ware, Vreugdenhil Dairy Foods en Weerribben Zuivel. Deelname is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Met het sluiten van de overeenkomst conformeren de betrokken zuivelondernemingen zich aan de bovenwettelijke normen, die daarmee ook voor al hun leveranciers gelden.
Grote afwezige is FrieslandCampina. Deze coöperatieve onderneming zegt desgevraagd dat ze in het algemeen positief staat tegenover “initiatieven die bijdragen aan vernieuwing in de biologische melkveehouderij”. FrieslandCampina heeft in het begin wel met de betrokken partijen gesproken, maar zag voor zichzelf geen rol als initiatiefnemer. “Voor ons is de marktvraag altijd leidend. Mocht de vraag naar aanvullende eisen op het gebied van biologische melk zich ontwikkelen, dan zullen wij ons daarop aanpassen.”
Bij het opstellen van de normen is er wel afstemming geweest, bevestigt Slob. Ook de leveranciers van Friesland-Campina zijn betrokken via een lid in de werkgroep. “FrieslandCampina heeft afstand genomen van de manier waarop wij het organiseren. Dat vind ik jammer, maar ik respecteer dat ze hun eigen route volgen”, zegt hij.
“FrieslandCampina is positief over vernieuwing van de biologische melkveehouderij, daar ben ik heel blij mee. Hopelijk vinden zij ook een goede modus om er invulling aan te geven.”


Thema’s van de aanvullende normen

De biologische zuivelsector wil vanaf 2018 bovenwettelijke normen hanteren op zeven thema’s.
1 Welzijn en weidegang
- Weidegang tussen 15 april en 15 oktober, maximaal 6,5 koeien per ha beweidbaar oppervlak
- Voorschriften ligbedcomfort, borstels, daglicht
2 Diergezondheid
- Maximum dierdagdosering antibiotica
3 Voer
- Ruwvoer en grondstoffen mengvoer uit Europa
4 Uitstraling erf en bedrijf
- Voorschriften netheid erf, gebouwen en vee
- Geen chemische bestrijding, ook niet privé
5 Biodiversiteit
- 5 procent areaal voor stimuleren biodiversiteit
6 Presentatie naar de consument
- Ten minste één consumentgerichte activiteit
7 Energie
- Groene energie, terugwinning en jaarlijkse energiescan

Login om meer te lezen

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Zoeken

Advertenties