header ZZ

header ZZ mobiel

dinsdag, 17 april 2018 06:35

Zuivelketen EU dierwelzijn en lagere CO2-uitstoot prioriteit


Europese zuivelondernemingen verduurzamen massaal hun productie. Ze vertalen de eisen van de markt in leveringsvoorwaarden voor de melkveehouders. Hier en daar leggen bedrijven eigen accenten. Een greep uit de diverse duurzaamheidsprogramma’s.

Tekst: Hermann Josef Martin Foto: Salzburg Milch

In Nederland kennen we sinds 2008 de Duurzame Zuivelketen. Een samenwerkingsverband van zuivelondernemingen (verenigd in de NZO) en melkveehouders (LTO Nederland) om de keten te verduurzamen. Het initiatief kent doelstellingen op het gebied van diergezondheid en dierwelzijn, klimaat en energie, weidegang en biodiversiteit en milieu. Ondernemingen en veehouders werken eraan om die uiterlijk in 2020 te hebben gerealiseerd. Maar hoe zit het elders in Europa?

Ierland
In Ierland werd in 2012 door de landbouwmarketingorganisatie Bord Bia (een semistaatsorgaan) het Origin Green gelanceerd. Een instrument om de Ierse zuivelproducten als ‘duurzaam’ te exporteren. Het programma stelt eisen aan onder meer dierenwelzijn, voedselveiligheid, milieu en aan de traceerbaarheid van producten in de melkveehouderij.
Het programma bevat een certificeringssysteem waarin de nationale landbouwadvies- en onderzoeksdienst Teagasc een belangrijke rol heeft. Het duurzaamheidsconcept wordt gebruikt door vrijwel alle Ierse zuivelondernemingen en producenten van babyvoeding. Zij verplichten zich specifieke maatregelen te nemen op ten minste twee van de vijf thema’s Energie, Emissies, Water, Biodiversiteit en Afval. Bovendien moeten zij minstens één specifieke doelstelling formuleren op de thema’s inkoop van grondstoffen en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Vlog
Op de Europese zuivelmarkt maken producten waaraan geen genetisch gemodificeerd voer te pas is gekomen, een sterke groei door. Cijfers van de productie in de EU ontbreken, maar gegevens van de voornaamste markt (Duitsland) spreken boekdelen. Volgens de Duitse vereniging van gmo-vrije producten Vlog waren voedingsmiddelen onder het Vlog-keurmerk vorig jaar in Duitsland goed voor een omzet van € 4,6 miljard. Zuivel zou daarin het voornaamste marktsegment zijn met een aandeel van ongeveer een kwart.
Het Duitse concern DMK is naar mening van zijn ceo Ingo Müller de belangrijkste verwerker van niet-gmo-melk. Het coöperatieve bedrijf verwerkte in 2017 in totaal ongeveer 2,3 miljard kg gmo-vrije melk. Dat was 35 procent meer dan in het voorgaande jaar.
Andere zuivelproducenten laten zich ook gelden in dit segment. Arla Foods maakte onlangs in Duitsland de productielocatie in Upahl (Mecklenburg-Vorpommern) volledig geschikt voor de verwerking van ggo-vrije melk. Arla steekt bovendien dit jaar € 16 miljoen in uitbreiding van haar fabriek in Pronsfeld (Rijnland-Palts) voor de verwerking van gmo-vrije melk – allemaal om aan de groeiende vraag van klanten op de Duitse markt te kunnen voldoen.
Hochwald Foods heeft inmiddels drie productiebedrijven die geschikt zijn voor verwerking van gmo-vrije melk. Sinds november 2016 is de zuivelfabriek in Hungen (Hessen), die zich richt op de productie van verse melkproducten, gecertificeerd. In maart en juni 2017 zijn ook de fabrieken in Erftstadt (Noord-Rijnland-Westfalen) en Kaiserslautern (Rijnland-Palts) goedgekeurd voor de productie van Vlog-zuivel.
Nederlandse zuivelbedrijven richten zich inmiddels ook op dit marktsegment. Onder meer FrieslandCampina, Cono Kaasmakers en de A-ware Food Group leveren producten onder Vlog-label of werken daar aan.

Salzburg Milch
Salzburg Milch is een onderneming met een uitgebreid dierwelzijnsprogramma dat bovendien breed in de markt wordt gezet. De nummer drie van de Oostenrijkse zuivelmarkt lanceerde in juni 2017 producten onder de naam Salzburg Milch Premium. Het label belooft consumenten producten gemaakt van ‘melk afkomstig van 100 procent gezonde koeien’. De gezondheid van de koeien wordt volgens de zuivelonderneming dan ook intensief gemonitord.
Het programma dat Salzburg Milch hanteert, stelt strenge eisen aan de aanvoer en afvoer van de koeien. Ook aan het rantsoen stelt de onderneming speciale eisen, om te kunnen claimen dat de premiumproducten een ‘rijke en pure smaak’ hebben. De rantsoen moeten volledig palmolievrij zijn. Bovendien moeten de koeien minimaal 120 dagen per jaar buiten komen. Aanbindstallen zijn uit den boze. De consumptiemelk van Salzburg Premium is voor € 2 per liter verkrijgbaar in de supermarkten van de ketens Metro en Merkur, met name in de regio’s Groot-Wenen, Neder-Oostenrijk en Salzburg. In het najaar van 2017 breidde het bedrijf het aanbod uit met producten voor de professionele consumentenmarkt (horeca en foodservice).
Het gaat om biologisch melk afkomstig van 52 extensieve melkveebedrijven die gevestigd zijn in de regio Lungau. De koeien krijgen alleen voer voorgeschoteld dat is geteeld in deze regio; krachtvoer krijgen ze niet. De melkproductie is dan ook lager dan gebruikelijk. Om de hogere productiekosten te compenseren, ontvangen de veehouders volgens de ceo van de onderneming, Christian Leeb, een “absolute topprijs” van 72 cent per liter. “De hoge verkoopprijzen van Salzburg Milch Premium laten deze compensatie voor de boer toe.”

Gropper/Bechtel
Andere op dierwelzijn gerichte projecten in de Europese zuivel zijn meestal beperkt van omvang. Ze zijn of sterk regionaal gericht of uitsluitend voor specifieke klanten die een speciaal merk in de markt willen zetten. Zo introduceerde de Duitse zuivelonderneming Gropper in Beieren vorig jaar een premiumgeprijsde melk met de claim dat de veehouders extra aandacht aan dierwelzijn besteden. Het product heeft een keurmerk van de Duitse vereniging voor dierenwelzijn. De hogere verkoopprijs moet de tachtig leveranciers van Gropper in staat stellen om te blijven investeren in duurzamere stallen, betoogt de onderneming.
Een andere Beierse onderneming, Bechtel, heeft een vergelijk programma maar werkt samen met de discounter Lidl. Die biedt in een aantal filialen in beieren consumptiemelk, boter, kaas en kwark aan onder een eigen huismerk, speciaal bedoeld voor consumenten die een hoger niveau van dierwelzijn op prijs stellen.

Valio
Valio introduceerde begin dit jaar een duurzaamheidspremie van 1 cent per liter melk. De Finse onderneming betaalt deze toeslag op de melkprijs aan veehouders die zich verbinden aan een programma om het dierenwelzijn te verbeteren. Daarvoor moeten de veehouders afzien van het gebruik van soja in het rantsoen. Ook genetisch gemodificeerd voer is niet toegestaan. Bovendien moeten veehouders die een nieuwe stal bouwen er voor zorgen dat alle koeien vrij naar buiten kunnen. Inmiddels neemt al bijna 80 procent van de 5.800 aangesloten veehouders deel aan het programma. Valio streeft er naar dat uiterlijk in 2020 alle veehouders meedoen.

Tine
De grootste melkverwerker van Noorwegen, Tine, heeft de ambitie uitgesproken om in 2025 het Europese zuivelbedrijf te zijn dat de minste broeikasgassen uitstoot per liter melk die aan de consument wordt geleverd. Om het ambitieuze doel te bereiken, stelt de coöperatieve onderneming ‘concrete en massale’ maatregelen te willen nemen bij het RMO-vervoer en bij de verwerking van de melk.
Volgens communicatiedirecteur Lars Galtung is vandaag de dag al meer dan 80 procent van de energie die de Tine-fabrieken gebruiken, afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Tegen 2025 zal dat honderd procent moeten zijn. Alle fossiele energiebronnen waar de productiebedrijven nu nog een beroep op doen, zullen zijn vervangen door hernieuwbare elektriciteit en bio-energie. Zo krijgt de nieuwe zuivelfabriek en distributiecentrum in Bergen-Flesland (Centraal Noorwegen) waar Tine momenteel zo’n € 84 miljoen in steekt, een dak met 6.000 m2 aan zonnecollectoren voor de productie van elektriciteit. Het complex wordt aangesloten op het lokale stadsverwarmingsnetwerk. Bij de fabriek komt bovendien een tankstation voor biobrandstoffen voor vrachtwagens en oplaadpunten voor elektrische auto’s.
Afgelopen najaar lanceerde Tine het eerste transportvoertuig aangedreven door biogas uit koeienmest. De coöperatie werkt daarvoor samen een lokale producent van biogas die een proefinstallatie exploiteert, waarbij de mest van 17.000 koeien en organisch huishoudelijk afval wordt verwerkt tot gas. Tine verwacht dat haar hele wagenpark binnen enkele jaren op deze biogas rijdt. Het bedrijf denkt dat de CO2-uitstoot daarmee 860.000 ton per jaar omlaag gaat

Login om meer te lezen

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Zoeken

Advertenties