Fokkerijorganisatie CRV bestaat 150 jaar en viert dat afgelopen maand in Nijkerk met een jubileumsymposium. Het thema is ‘De wereld verandert’. Bewust in de tegenwoordige tijd geschreven, want de fokkerijorganisatie wil, hoewel trots op het rijke verleden, vooral vooruitkijken. Daarvoor is onder anderen oud-minister Cees Veerman uitgenodigd; als altijd niet
te beroerd zijn visie op de sector te delen en de nodige proefballontjes op te laten. “Nederlandse boeren opereren in een parkstad. Met een samenleving die techniek veelal niet als een oplossing ziet, maar als het verdoezelen van de benodigde veranderingen. De agrarische
sector bewerkt 69 procent van het landareaal en daar wordt continu aan geknabbeld. Dat benauwt boeren logischerwijs, maar dat gaat niet weg. Het is zaak je als boer aan te passen aan de situatie van nu en de toekomst”, aldus Veerman.
Volgens hem ziet de meerderheid van de melkveehouders inmiddels wel de noodzaak van aanpassen en pakt de sector dat ook al wel op. Hij schetst dat na het erkennen van de noodzaak, nog drie stappen volgen in het proces van aanpassen. Te weten: de bereidwilligheid, het vermogen en de vormen van aanpassing. De oud-minister stelt dat zowel de overheid als het bedrijfsleven hierin verantwoordelijkheden heeft en dat die onvoldoende worden opgepakt. “Het duidelijkste voorbeeld van dit moment is de mestcrisis. De verschillende spelers binnen de sectoren zijn verdeeld, maar het is grotendeels nu op te lossen door met spoed 100.000 koeien uit de markt te kopen inclusief hun rechten. Ik kijk daarvoor allereerst naar de overheid, maar het maakt mij niet uit wie het oppakt. Dat kan de sector zelf zijn, maar ook de Rabobank. Zij maken jaarlijks miljarden winst dus dit kost hen nog geen knoop aan hun vestje.”
Voedsel is geopolitiek
Veerman stelt verder onder andere dat voedsel duidelijk geopolitiek geworden is. Het doet ertoe dat je voedsel kunt produceren, hetgeen kansen biedt voor de agrarische sector. Later op de
jubileumdag wordt hij in deze woorden bevestigd door Roy Meijer, voorzitter van jonge-boerenorganisatie NAJK. “Tot de strubbelingen in het Suezkanaal zich voordeden en de oorlog in Oekraïne losbarstte, waren we in het politieke narratief vooral een vervuiler. Nu zijn we als agrarische sector veranderd in een belangrijke geopolitieke factor. Voedsel is meer dan alleen iets te eten op het bord, het is ook een belangrijke factor voor je positie in de wereld.”
Hoewel Meijer daarmee positief is over het perspectief voor de melkveehouder en zuivelsector, is hij voor de korte termijn vooral bezorgd. “Het is momenteel, vooral in de veehouderij een ‘survival of the fittest’. Als de overheid of het bedrijfsleven niet te hulp schiet, moeten nog maar
afwachten wie over drie tot vier jaar nog over is; en daar moeten we het dan mee doen. Dat is een hele harde conclusie, maar die trekken wij nu wel.”
Krimp zegen voor jonge boer
Meijer poneert de stelling dat krimp van de veestapel een zegen is voor de jonge melkveehouder. Zonder dat hij duidelijk uitspreekt of hij en de NAJK daar vóór zijn, laat hij blijken hier wel graag over te willen overleggen. “Het is al heel veel waard dat we op een
jubileumbijeenkomst van een fokkerijorganisatie openlijk met elkaar hierover kunnen praten zonder elkaar de hersens in te slaan. De vraag is natuurlijk waar we het er dan over hebben als we spreken van een krimpende veestapel; gaat het over bedrijfsniveau of over de sector als totaal. Duidelijk is wel dat krimp er sowieso komt als het huidige beleid niet verandert. We vinden het spannend het hierover te hebben, waardoor we niet toekomen aan de vraag wat het voor ons als sector betekent als krimp een feit wordt.” Op de vraag wat hij zelf hiervan denkt stelt
Meijer: “Volgens mij moeten we bij georganiseerde krimp heel goed nadenken: wie willen we overhouden. Nu is het een soort Russische roulette. Dat vind ik heel gevaarlijk.”
AI vult fokkerij aan
Dat de wereld verandert, blijkt ook in de fokkerijwereld. Tjebbe Huybrechts is melkveehouder in Vlaanderen en ook directeur internationale digitale oplossingen bij CRV. Hij stelt dat de inzet op maximalisatie de melkveehouderij in de lage landen de laatste decennia veel heeft opgeleverd, maar dat het nu tijd is voor optimalisatie. Niet alleen omdat politiek en maatschappij daar meer en meer om vragen, maar ook omdat de wet van de remmende meeropbrengst duidelijk werkt in de genetische vooruitgang. “We zien dat het genetische potentieel er veelal wel is, maar door
management of andere factoren onvoldoende wordt benut.”
Met behulp van AI heeft CRV de laatste jaren een verwachtingsmodel ontwikkeld om op bedrijfsniveau het genetisch potentieel beter in kaart te brengen en ook welke factoren in welke
mate de benutting van het potentieel eventueel belemmeren. “Denk aan factoren als hittestress. Iets wat op het ene bedrijf veel meer invloed heeft dan op het andere. In het echte leven zie je dat lang niet altijd, maar de data maakt dat inzichtelijk. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld
voor vaarzen die onder hun kunnen presteren. Dit model maakt dat veel beter en sneller inzichtelijk.”
De jarige coöperatie wil het model vanaf komend jaar op de markt brengen en zoekt daarbij nadrukkelijk de samenwerking met andere spelers in de sector. “Er zijn volop gesprekken gaande met meerdere zuivelorganisaties, maar meer dan dat kan ik daarover nog niet
zeggen.” Huybrechts en CRV zijn erg positief gestemd over het nieuwe AI-gedreven datasysteem. “We hebben het getest door het te vergelijken met de modernste universitaire modellen. Daaruit blijkt niet alleen dat het werkt, maar zelfs dat dit model beter werkt. Telkens weer blijkt dat de data sterker werkt dan de emotie, die voorheen de fokkerij beheerste. Data wint dus van de emotie, wat niet betekent dat je de passie voor koeien moet loslaten”, stelt
Huybrechts.
Uit ons gedrukte magazine ZuivelZicht 11 2024


