Wat de zuivelsector betreftvis het samengaan van bedrijven en coöperaties business as usual. In de beginjaren van de zuivelindustrie betrof het lokale fusies en overnames. Later breidde zich dat uit naar regionaal, nationaal en internationaal niveau. Niks nieuws dus, of tekent zich wel degelijk een trend af, als we de combinaties Arla-DMK en Friesland-Campina-Milcobel in ogenschouw nemen?
Het is geen op zichzelf staande ontwikkeling, maar een vervolg op de overnames van de laatste dertig jaar’, stelt associate director Luc Oostenbach van het internationaal actieve accountants- en adviesbureau KPMG. “De vraag naar zuivel in Europa stagneert en in bepaalde productcategorieën zie je krimp. Groei zit in specifieke productcategorieën zoals bepaalde kaassoorten en high-proteïne, maar de traditionele witte zuivel staat onder druk. Wel blijft de wereldmarkt voor zuivel groeien. In dat licht houdt de Europese zuivelproductie goede perspectieven.”
Het veranderende regelklimaat
Dat de Europese melkproductie onder druk staat, heeft onder meer met het veranderde regelklimaat te maken, zegt Oostenbach: "Het leidt tot minder veehouderijen en minder melkaanvoer. In die setting kan het gebeuren dat een zuivelbedrijf niet al z’n productiecapaciteit meer kan gebruiken en dus minder efficiënt produceert. Vooral kleinere bedrijven kunnen dan kwetsbaar worden.”
Grote spelers op de zuivelmarkt kunnen problemen met melkaanvoer en zuivelproductie doorgaans makkelijker opvangen dan kleine, stelt Oostenbach. “Maar ook voor grote concerns is het een uitdaging om de melkaanvoer op peil te houden en te kijken naar groeimogelijkheden. Het is bijvoorbeeld algemeen bekend dat bij DMK een deel van de aangesloten boeren ontevreden was over de melkprijs en opzegde. Ledenverlies zal meespelen bij het voornemen om met een sterke partner te fuseren.”
Twee gezonde fabrieken
Ook director corporate finance Koen van Bussel van Aeternus, dat onder meer fusies en aan- en verkooptrajecten van bedrijven begeleidt, wil dit geen trend noemen. Net als Luc Oostenbach benoemt hij krimpende melkaanvoer als een duidelijke reden waarom sommige zuivelbedrijven momenteel kiezen voor een fusie. “Door de schaal van het bedrijf te vergroten, ontstaan opties om productie en logistiek efficiënter in te richten. Stel je hebt drie fabrieken die niet optimaal renderen door krimp van melkaanvoer, dan kun je er wellicht een afstoten zodat je met twee gezonde fabrieken en afdoende dekkingsbijdrage verder kunt.”
“Of stel dat FrieslandCampina melk moet ophalen in Vlaanderen. Zodra die gefuseerd is met Milcobel, kan de melkverwerking in België plaatsvinden. Bovendien heeft Milcobel ook leden over de grens, in Frankrijk en Duitsland. Ook dat kan interessant zijn in een tijd van krimpende melkvolumes.” Oostenbach van KPMG: “De melktoevoer is niet oneindig. Wil een bedrijf z’n schaalgrootte vasthouden, dan moet toch de melk ergens vandaan komen. Door een overname of een fusie krijg je de beschikking over meer melk.”
Vraag van grote foodbedrijven
Is schaalvergroting ook een voordeel als het gaat om investeringen in duurzaamheid en milieu, in het spoor van Europese wet- en regelgeving? “Sinds enkele jaren vragen grote foodbedrijven aan de zuivelketen om zich meer in te spannen op het gebied van duurzaamheid’, stelt Alfons Beldman van Wageningen University & Research, waar hij senior onderzoeker melkveehouderij, duurzaamheid en ondernemerschap is. “Daarbij zie je dat grote zuivelbedrijven makkelijker geld en menskracht kunnen vrijmaken om duurzaamheidsinitiatieven van de grond te krijgen dan kleine bedrijven. Vooral voor een kleinere fusiepartner kan het dus interessant zijn om de nodige investeringen op dit terrein niet meer alleen te hoeven dragen.”
Beldman merkt daarbij op dat door politieke verschuivingen in zowel Nederland als Europa op het gebied van duurzaamheidsinspanningen de druk wat van de ketel lijkt. “Het thema blijft wel op de agenda, maar het accent ligt weer wat meer op winstgevendheid en minder op duurzaamheid, klimaat en milieu. Daarbij heeft een aantal grote multinationals een andere CEO gekregen, met wat minder bevlogenheid op het duurzaamheidsdossier. Ook dat speelt een rol.”
‘Het ontstaan van gigafusiebedrijven is begrijpelijk, maar niet prettig voor melkveehouders’
Drie hoofdlijnen
Oostenbach, Van Bussel en Beldman verwachten alle drie dat de schaalvergroting van zuivelbedrijven doorzet. “De interesse in zuivelketens is groot”, zegt Koen van Bussel, die recent de Nederlandse zuivelhandelaar Geris Food Group begeleidde bij de samenwerking met de nieuwe strategische minderheidsaandeelhouder Solarec, de grootste zuivelverwerkende coöperatie van België.
“Zowel coöperaties als ook private ondernemingen zijn op zoek. De redenen daarvoor zijn divers, maar ik zie drie hoofdlijnen. Ten eerste, de wens om een continue aanvoer van melk te garanderen, ook op langere termijn. Een tweede reden is zoals gezegd het creëren van schaalvoordeel, waardoor men vooral aan de kant van productie en logistiek efficiënter kan worden. Ten derde kan het gaan om het verkrijgen van kennis en productiemogelijkheden die men zelf niet in huis heeft. Denk hierbij aan het in huis halen van kennis op het gebied van marktdata of premium producten, zoals mozzarella of boter, met meer toegevoegde waarde.”
Van Bussel noemt ook de opkomende zuivellanden waar men voldoende melk heeft, maar niet de knowhow om er bijvoorbeeld commercieel aantrekkelijke kaas van te maken: “Bedrijven uit dergelijke landen hebben daarmee reden om elders een goede kaasmakerij te kopen.”
Een gevoelige snaar
Overnameplannen kunnen een gevoelige snaar raken. Zo kopte de Belgische zakenkrant De Tijd: ‘Nederlandse zuivelreus FrieslandCampina slokt Milcobel op’. Jan de Keyser, directeur Agri & Food bij BNP Paribas Fortis, noemt Milcobel een voorbeeld van een Belgisch kroonjuweel dat in buitenlandse handen verdwijnt. Daar is lang niet iedereen blij mee in België. Maar het is onvermijdelijk, schrijft De Keyser op LinkedIn.
“De Vlaamse landbouwsector kampt met stijgende kosten, een afnemend aantal actieve boeren en toenemende druk op de marges. Samenwerking biedt kansen om kosten te delen, innovatie te versnellen en duurzaamheid te bevorderen.” FrieslandCampina is met een omzet van zo’n 13 miljard euro inderdaad een reus vergeleken met Milcobel dat een jaaromzet van 1,3 miljard euro genereerde. Maar slokt de een de ander werkelijk op?
“De positie van FrieslandCampina is veel sterker dan die van Milcobel, waar men leden verloor en veel commerciële power is kwijtgeraakt”, reageert Luc Oostenbach. “Toch ligt het niet zo zwart-wit. Aan Belgische kant zal de gevoelswaarde een factor zijn, maar in het commerciële landschap speelt het nauwelijks een rol of twee fusiepartijen ongelijk zijn of welke naam op de gevel blijft staan.”
Vertrouwen voelen
”Het is vel belangrijker dat alle aangesloten boeren het vertrouwen voelen dat ze in zee gaan met een krachtige, lenige organisatie die zich met succes handhaaft op de wereldmarkten. FrieslandCampina en Milcobel hebben daarbij allerlei verschillende bedrijfsonderdelen. Ze kunnen elkaar aanvullen. De Belgische coöperatie kan in dat geheel prima worden ingebed. Dat is toch iets anders dan ‘worden opgeslokt’.”
Arla en DMK gaan door
De raden van vertegenwoordigers van zowel Arla als DMK Group hebben het voornemen van de twee bedrijven om te fuseren gesteund.
Jan Toft Nørgaard, voorzitter van Arla Foods, zegt: “Ik wil mijn mede-eigenaren bedanken voor hun actieve deelname. De goedkeuring van de besluitvormingsorganen bevestigt onze gedeelde overtuiging dat Arla en DMK Group samen sterker staan. Door onze complementaire krachten te bundelen, kunnen we een duurzamere en innovatievere zuivelsector voor de toekomst veiligstellen, terwijl we waarde blijven leveren aan eigenaren en partners.”
Heinz Korte, voorzitter van DMK Group, voegt hieraan toe: “Bij DMK delen we dezelfde waarden als Arla, hebben we dezelfde benadering van ons werk en een gemeenschappelijke visie op de toekomst van de zuivelindustrie. Ik ben verheugd dat mijn collega-boeren vandaag de fusie hebben goedgekeurd en daarmee onze aanpak steunen. Ik wil daarom alle leden bedanken die hun geloof in de kracht van dit idee hebben getoond, aangezien ik er vast van overtuigd ben dat dit een goede beslissing zal blijken te zijn.”
Vijf grote spelers
Maar Van Bussel en Oostenbach bespeuren toch wel een zekere tendens bij dit soort internationale fusies en overnames. “We zien in meerdere sectoren, waaronder de zuivelsector, dat coöperaties onder druk komen te staan”, merkt Koen van Bussel op. “Private partijen zijn over het algemeen wendbaarder, meer naar buiten gericht en vanuit een ondernemersvisie en handelsgeest gefocust op commercieel succes en continuïteit.”
Dat er meer internationale fusies zullen ontstaan, achten ze waarschijnlijk. Oostenbach: ‘‘Het zou me niet verbazen als er uiteindelijk maar een handvol grote spelers in Europa overblijft. Daarnaast blijven er niche-spelers bestaan die zich richten op een specifieke propositie in de markt.”
Private partij
Het ontstaan van giga-fusiebedrijven is begrijpelijk, maar vanuit de melkveehouders gezien niet altijd prettig, zegt Alfons Beldman. “Hoe groter, hoe anoniemer voor de melkveehouder. Natuurlijk snappen boeren hoe de markt werkt en is de gemiddelde melkveehouder een stuk zakelijker ingesteld dan twintig jaar geleden.”
“Maar als de melkprijs goed is, dan kiezen veel boeren bewust voor een coöperatie, ook als die klein is. Het gevoel dat die coöperatie ook van jou is en dat je de bestuursleden kent en te spreken kunt krijgen, weegt nog altijd mee. En vergeet niet dat een private partij misschien wel winstgevender is, maar niet verplicht is alle winst in het bedrijf of in de melkleveranciers te steken.”
Oostenbach is net als Van Bussel van mening dat de coöperatieve ondernemingsvorm onder druk staat, maar verwacht voorlopig geen al te grote consequenties. “In een aantal delen van de wereld neemt de vraag naar zuivel toe, terwijl het aanbod van melk in Europa licht daalt. Melkveehouders gaan geen slechte tijd tegemoet.”
Overnames in Europa
Het Italiaanse zuivelbedrijf Granarolo heeft een overeenkomst gesloten met Maremma 1961 S.r.l. om de melkproductie- en marketingtak van het Consorzio Produttori Latte Maremma over te nemen.
BV Dairy, een specialist in verse zuivelingrediënten, overgenomen door het Britse First Milk.
In april 2024 verwierf het Italiaanse Newlat Food bijna elf procent van de aandelen in het Zwitserse Hochdorf Holding.
Het Franse bedrijf Jay&Joy, gespecialiseerd in plantaardige kaasalternatieven, heeft zijn concurrent Les Nouveaux Affineurs overgenomen.
Dit artikel hoort bij Zuivelzicht | editie 6-2025. Het thema van dit nummer is Fusies en overnames. Abonnees kunnen alle artikelen ook online lezen. Nog geen abonnee? Sluit dan een abonnement af.


