ZuivelZicht heeft in het kader van de Europese verkiezingen elf Nederlandse partijen gevraagd naar hun standpunten over drie dilemma's. Wat opvalt in de verkiezingsprogramma’s is dat alle partijen pleiten voor verandering in het Europese beleid voor landbouw en voedsel. Ze hebben wel verschillende prioriteiten, blijkt uit gesprekken met drie kandidaten, Bart Millenaar (VVD, nr. 7 op de lijst), Lara Sibbing (GroenLinks-PvdA, nr. 16) en Sander Smit (BBB, nr. 1) hieronder.

Zie ook het artikel dat in ZuivelZicht nr. 5 is gepubliceerd en hier online kan worden gelezen.

   

Tekst: Rochus Kingmans

Bart Millenaar ‘We moeten de nitraatrichtlijn herzien’

Bart Millenaar staat op plek 7 van de EU-verkiezingslijst voor de VVD. Hij is opgegroeid op een melkveebedrijf in Dussen en was jarenlang beleidsmedewerker voor Jan Huitema, die zich niet verkiesbaar heeft gesteld. De gedreven kandidaat-Europarlementariër bedient zich al als een ervaren politicus van korte, stevige oneliners. Bijvoorbeeld als hem wordt gevraagd naar zijn politieke speerpunten. “Als eerste vind ik dat we de nitraatrichtlijn moeten herzien. Die is nog gebaseerd op de inmiddels achterhaalde aanname dat kunstmest minder risico oplevert voor de waterkwaliteit dan dierlijke mest.” In het verlengde daarvan pleit hij voor versnelling van de toelating van kunstmestvervangers uit dierlijke mest; Renure. “Als we vijf jaar geleden kunstmestvervangers hadden toegelaten, hadden we nu veel meer stappen gezet voor een betere waterkwaliteit.”

Herziening N2000-gebieden

Millenaar wil zich ook inzetten voor herziening van de huidige Natura 2000-gebieden in Nederland. “Niet dat ik voor minder natuur ben, helemaal niet. Maar ik vind wel dat we ze moeten aanpassen aan de huidige realiteit en dat we moeten zorgen voor echt robuuste natuur.”

Dialoog

De kandidaat Europarlementariër kan zich vinden in de strategische voedseldialoog zoals die door Ursula von der Leyen, voorzitter Europese Commissie, is geïnitieerd. “Maar ik kijk dan wel met een schuin oog naar de ervaring die wij in Nederland hebben met het mislukte Landbouwakkoord. Als je alles in één akkoord wilt regelen, zorgt dat voor onzekerheid en als ondernemers érgens een hekel aan hebben dan is het wel onzekerheid.” Tot slot benadrukt Millenaar het belang om op 6 juni te gaan stemmen. “Zeker 80 procent van het landbouwbeleid heeft zijn oorsprong in Brussel. Daar wordt de kleurplaat gemaakt en je kunt later kromme lijnen echt niet meer recht kleuren.”

 

Lara Sibbing: ‘Een sterke economie én een leefbare planeet’

Lara Sibbing, nummer 16 op de EU-verkiezingslijst van de GroenLinks-PvdA, is al jaren in diverse rollen bezig met het voedselsysteembeleid. Niet toevallig het onderwerp waarop ze is gepromoveerd. Als ambtenaar, consultant, theatermaker: op allerlei manieren gaf en geeft ze vorm aan de vraag hoe het huidige voedselsysteem gezonder, eerlijker en duurzamer gemaakt kan worden zoals ze dat noemt.

De term voedselzekerheid valt steeds vaker. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Voedselzekerheid heeft vier dimensies. Het gaat over beschikbaarheid, toegang, gebruik en stabiliteit door de jaren heen. Beschikbaarheid is het probleem niet. In Europa, ja in de wereld, is er genoeg voedsel. Het probleem is de 2e dimensie: de toegang. In Afrika hebben mensen de middelen niet om voedsel te kopen; het heeft dus veel meer te maken met logistiek en koopkracht. En ook met de derde dimensie: gebruik. Moeten we elke dag vlees eten? Moeten we elke dag aardappels eten? Als je daar kritisch naar kijkt en toegroeit naar een meer flexibel consumptiepatroon, leidt dat ook tot meer voedselzekerheid. De 4e dimensie is meer stabiliteit. Dat heeft niet alleen te maken met de oorlog in Oekraïne. Maar ook met de klimaatverandering!”

Wat moet veranderen in ons voedselsysteem?

“Het gaat om drie zaken: eerlijker belonen en beprijzen via het GLB, het speelveld moet eerlijker worden en er moet een eerlijke verantwoordelijkheid komen in de hele voedselketen. Wat dat eerste betreft: het GLB vergoedt nu via inkomenssteun alleen producten. Maar er moet ook een vergoeding komen voor diensten die de boer levert. Ik pleit voor een paradigmaverandering. Er moet meer publiek geld komen voor boeren die aantoonbaar werken aan schoon water, een schone lucht, een gezonde bodem, een beter dierenwelzijn, meer weidevogels, maar ook bijvoorbeeld een levendig dorpscentrum.”

Wat bedoelt u met eerlijker beprijzen?

“Als je vervuilt moet je betalen. Waarbij voor mij de basis is dat we toe moeten naar doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften. Met beprijzen bedoel ik ook input van stikstof via kunstmest en krachtvoer belasten.”

Hoe zit het met de tweede verandering , een eerlijker speelveld?

“We moeten in Europa een duurzaamheidsstandaard definiëren, waar producten die van buiten de EU komen ook aan moeten voldoen. Waarbij we niet alleen eisen stellen aan het product, maar ook productie-eisen. Hoe is het dierenwelzijn gegarandeerd, hoeveel chemie is er gebruikt, dat soort zaken.”

En de eerlijke verantwoordelijkheid in de keten?

“De marketing van supermarkten is vaak gericht op ongezonde producten. Ze verkopen sommige producten onder de kostprijs terwijl ze bijvoorbeeld wel een hoge marge op biologische producten hanteren. Ook is er nog steeds sprake van veel voedselverspilling. We moeten dat niet oplossen met convenanten, maar met duidelijke richtlijnen.”

Vertrouwt u niet op een vrije, meer liberale markt?

“Ik beschouw mezelf als vrijzinnig links. Dus ja ik geloof in ondernemerschap. Maar er moeten ook duidelijke spelregels zijn. Die niet elke vier jaar moeten veranderen, zeg ik er ook meteen bij. Je hebt spelregels nodig zodat het spel vrij gespeeld kan worden. Vrijheid is altijd eindig. Het gaat te ver als je de vrijheid van een ander aantast. Vrijheid is niet alleen de boel voor jezelf goed regelen.”