Korte-keten-bedrijven
Leggen melkveehouders een bom onder hun eigen zuivelcoöperaties? Dat geluid klinkt nog nauwelijks en het is onvoorstelbaar dat dit gaat gebeuren. Toch zijn er steeds meer melkveehouders die hun eigen productlijnen opzetten, buiten de coöperaties. Ze verwerken en verhandelen hun eigen melk. Een veeg teken is de melktap die op steeds meer boerderijen opduikt: rauwe melk die direct uit de tank aan consumenten wordt verkocht. Er komt geen fabriek en geen tussenhandel meer aan te pas. Beleidsmakers gebruiken de term ‘korte-keten-bedrijven’, Die zijn in vijf jaar gegroeid tot ruim 7.800 in de agrarische sector (2023), een toename van ruim een derde. Naar schatting tien procent van deze bedrijven zijn in de melkveehouderij.
Dit zijn boerderijwinkels, waarvan er steeds meer verrijzen. Het basisassortiment bestaat uit melk en kaas, soms onder eigen merk, vaak aangevuld met boter, yoghurt en zelfs roomijs. Melk die overblijft gaat soms alsnog naar de fabriek. De kazen vinden hun weg naar lokale supermarkten en delicatessenwinkels waar ze als bijzondere streekproducten in de etalage liggen.
Geef melkveehouders eens ongelijk. Er is een groeiende vraag naar streekproducten, zonder bemoeienis van tussenhandel en fabrieken die marges pakken. Streekproducten bij de boer genieten een reputatie van eerlijk, voedzaam, gezond en smaakvol. Of al die claims kloppen is moeilijk te bewijzen, maar wel dat er een publiek is dat hierin gelooft. Dan ben je gek als je als melkveehouder geen eigen productlijn opzet die al snel hogere marges oplevert. Vergelijk dat eens met de wereldmarktprijzen waarvan melkveehouders afhankelijk zijn. Die daalden vorig jaar en alleen het lidmaatschap van coöperaties verhinderde dat melkveehouders overgeleverd waren aan spotprijzen op de wereldmarkt. Dus nee, een bom zullen boeren niet plaatsen onder hun coöperaties.
Wel willen ze van twee walletjes eten: die van de nichemarkt waar de consument zoekt naar excellente zuivelproducten ondanks het hogere prijskaartje, en die van de zekerheid om als kleine ondernemers mee te spelen op de wereldmarkt. Korte-keten-bedrijven zullen de zuivelsector niet wezenlijk veranderen. Wel zijn ze een teken van de alsmaar hogere eisen die consumenten stellen. En vast niet alleen in Nederland.●
