Door Alice Booij
De koeien van de familie Koskamp krijgen een nieuw onderkomen in de VrijLevenStal. Een heel nieuw staltype waarbij de koe maximale vrijheid heeft. Melkveehouder Emiel Koskamp (29) heeft lang nagedacht over wat de beste stal is voor de koeien en die past bij de eisen van de toekomst. “Dierenwelzijn wordt steeds belangrijker, en ik vind het zelf ook mooi dat de koeien alle ruimte krijgen straks. Ik verwacht dan ook dat ze ouder gaan worden in deze nieuwe stal.”
De eerste gedachten over deze stal, met een zandbodem en een flink aantal vierkante meters per koe, zijn eigenlijk al zo’n tien jaar geleden ontstaan. Emiel gaat dan met de agrarische jongeren uit zijn regio kijken naar een vrijloopstal. Het concept zonder ligboxen en mestroosters spreekt hem meteen aan. Daarbij wordt hij getriggerd door een vraag die de veehouder stelt: “Hoe natuurlijk is een ligboxenstal eigenlijk? Heb je in de vrije natuur een koe weleens achteruit zien lopen?”
Visie verandert
In die tijd denken Emiel en zijn vader na over een nieuwe ligboxenstal op hun bedrijf in Aalten. “De vrijloopstal was groot en daarmee relatief duur, maar het idee liet me niet los dus ik heb mijn vader ook meegenomen naar het bedrijf dat we hadden bezocht. Dan kijk je toch weer anders: het was een nieuw concept en nog niet breed getest; hoe duurzaam is dat?” Ondanks de gerezen twijfels blijft Emiel bij zijn gedachte. “Ik zag me wel in zo’n stal werken, met dierenwelzijn en arbeidsplezier.”
Zorgboerderij
En dat terwijl Emiel op de middelbare school nog heeft getwijfeld of hij wel melkveehouder wilde worden. “Rond mijn dertiende wou ik graag een zorgboerderij. Aan het eind van de VMBO-opleiding moest ik een keuze maken tussen melkveehouderij of de zorg. Ik heb toen gekozen voor melkvee omdat ik zeker wist dat ik dieren leuk vond.” Hij reist de wereld rond en werkt op bedrijven in Amerika met duizenden koeien, in Nieuw-Zeeland op een melkveebedrijf met volledige weidegang en in Frankrijk op een gemend bedrijf met 40 koeien en twee vakantiewoningen. “Tijdens mijn MBO-opleiding kwam ik erachter hoe graag ik wilde boeren. Maar ik ben niet iemand van 200 koeien, ik ga liever verbreden dan groeien. Zo denken we er nu over een B&B op onze boerderij te beginnen.”
Kiezen voor nieuwe ontwikkelingen is de familie Koskamp overigens niet vreemd. Emiels vader kiest in 2006 al voor automatisch melken. “Hij kreeg lichamelijke klachten en met een melker werken zag hij niet zitten. Die melkrobot was een uitkomst. Ik was toen 11 jaar.” Zo melken ze jarenlang hun 70 koeien met één robot.
Maatschap met oom en tante
In 2018 doet zich de mogelijkheid voor in maatschap met de oom en tante van Emiel te gaan samenwerken. Ze wonen een kleine zes kilometer verderop in IJzerlo. “Daarmee kon ons bedrijf een mooie sprong in schaalgrootte maken, nodig om toekomstbestendig te zijn.” De hoeveelheid grond groeit naar 68 hectare en het aantal koeien naar 135. “Ik heb vanaf toen de administratie gedaan en de betalingen. Daar leer je veel van, ook van samenwerken trouwens. Je krijgt een beter beeld van waar je aan begint.”
Met die samenwerking in 2018 komen ook de plannen voor de nieuwe stal weer uit de kast. Het mooiste blijkt toch de koeien op één locatie te melken. “Ik rijd drie keer op een dag naar het andere bedrijf, zit dagelijks zo’n 45 minuten in de auto. Voer de kalveren, verzorg de robot, maar het is de hele dag plannen en schuiven.”
Daarbij komt sinds 2021 ook een boerderijwinkel. “Dat is in de coronatijd begonnen. Mensen konden nergens naartoe, maar kwamen wel een kijkje hier op de boerderij nemen. We zitten vrij dicht tegen het dorp aan.” Een lucratieve tweede tak is het niet, stelt hij. “Maar het zorgt voor draagvlak in de omgeving. En mijn vrouw Ilja vindt het ook leuk, zo doen we het samen.”
Verbreden en innoveren
De laatste jaren is alles zo’n beetje bij elkaar gekomen, geeft Emiel aan. Het samenvoegen, zoeken naar verbreding en uiteindelijk toch ook de noodzaak om een nieuwe stal te bouwen.
Wat geholpen heeft is het feit dat de innovaties die onderdeel zijn van het nieuwe stalsysteem, onder meer op het bedrijf van de familie Koskamp zijn getest. In een tijdelijke uitloop achter de stal heeft een zogeheten ‘beddingcleaner’ proefgedraaid; een machine die mest van de met zand bedekte stalvloer opruimt. Ook het CowToilet, ontwikkeld om de urine van koeien op te vangen en te scheiden van de vaste mest werd, is in Aalten getest. “Met Hanskamp, de ontwikkelaar van de VrijLevenStal, hebben we al veel langer contact”, vertelt Emiel. “Ze denken in mogelijkheden, ‘out of the box’. Wij zoeken ook naar hoe we kunnen ondernemen binnen de regels en met draagvlak van de maatschappij. Hoe we oplossingen kunnen bedenken in plaats van er tegenin te gaan”, zegt hij. Om een voorbeeld te noemen: ”Als we in de toekomst het de kalveren langer bij de koe moeten laten kan dat in deze stal. Met zo’n VrijLevenStal zijn we flexibeler.”
Koeienman
Al met al is het een proces van zo’n vijf jaar geweest om tot het nieuwe concept op het melkveebedrijf te komen. Dat gaat verder dan alleen een nieuwe stal en grondgebonden werken, geeft Emiel aan. “We proberen zoveel mogelijk te weiden, we investeren in het omzetten van grasland naar kruidenrijk grasland omdat dat kunstmest bespaart.” Dat is naast economisch aantrekkelijk ook gezonder voor de koeien. ”Ik ben niet van de machines, maar een koeienman. De dieren en dierenwelzijn vind ik belangrijk”, zegt hij. “Nee, ik zie geen beren op de weg. Ik kijk vooral naar waar ik plezier uit haal als melkveehouder.”
Bron: ZuivelZicht 2 2025


