Op naar China
De hoge handelstarieven die China oplegde aan Europese zuivel, verdwenen bijna net zo snel als ze kwamen. Het land heeft Europese zuivel nodig. Al helemaal omdat het twijfelachtig is of het land genoeg melk zelf kan produceren.
China heeft de importheffingen van 42,7 procent op zuivelproducten uit de Europese Unie
verlaagd. Totaal van tafel zijn ze niet, maar er is wel een drastische vermindering, naar een bandbreedte tussen 7,4 en 11,7 procent. Dit is de uitkomst van gesprekken tussen China en de Europese Commissie. Hiermee verbetert China de relaties met de Europese Unie, een belangrijke afzetmarkt voor agroproducten, ook al is die nog beperkt van omvang. De exportwaarde van agrarische producten van de EU naar China was in de eerste helft van vorig jaar China goed voor ruim 7,5 miljard dollar. Daarvan komt 1,7 miljard euro (2023) van de zuivelexport naar China, ongeveer 8 procent van de totale EU-zuivelexport. Ter vergelijking: in 2024 bedroeg de zuivelexport vanuit de EU naar heel Amerika 3,38 miljard euro.
Vergelding
Aangenomen wordt dat China de hoge invoerheffingen instelde als vergelding voor de Europese invoerheffingen op elektrische auto’s uit China. Het land zelf verwoordde het anders: de heffingen waren ingesteld op basis van een anti-subsidieonderzoek. Dat de heffingen nu gedeeltelijk van tafel gaan, heeft volgens China te maken met “een aandachtiger, technische beoordeling van marktimpact en de argumenten van Europese producenten”. Deze conclusie volgt na een onderzoek van achttien maanden.
Heel houden
Analisten gaan ervan uit dat China er belang bij heeft om de agrarische handel tussen de
beide handelsblokken heel te houden. In 2024 exporteerde China voor 518 miljard euro naar de EU. De import vanuit de EU bedroeg 280 miljard euro. De invoer van zuivel vanuit de EU is nog geen procent daarvan. Terwijl China wel behoefte heeft aan buitenlandse zuivelproducten. De zuivelproductie neemt toe in het land, maar is nog altijd kleiner dan de stijgende zuivelconsumptie.
In 2023 produceerde China bijna 42 miljoen ton melk, een stijging van 6,7 procent ten opzichte van 2022. Toch is dat nog niet genoeg om te voorzien in de binnenlandse consumptie, die gelijkstaat aan het equivalent van ruim 60 miljoen ton verwerkte melk. De invoer van verwerkte
melk was ongeveer 18 miljoen ton. Ondanks China’s groeiende melkproductie, stijgt ook de consumptie van zuivelproducten gestaag. Tussen 2016 en 2023 nam die toe van 36 kilo per persoon naar ruim 41 kilo per persoon per jaar. Sommige prognoses houden rekening met een voortschrijdende stijging van de zuivelconsumptie naar ruim 55 kilo per persoon per jaar.
Dat is nog een flink stuk lager dan de wereldwijde zuivelconsumptie van tussen de 110 en 120 kilo per persoon per jaar (wereldwijde zuivelproductie gedeeld door de wereldbevolking).
Nog jaren afhankelijk
Uit rapporten van de Food and Agriculture Organisation, OECD en USDA komt naar voren dat China nog heel lang afhankelijk zal blijven van de invoer van zuivel. Onder de meest gunstige omstandigheden wordt China zelfvoorzienend tussen 2030 en 2035. Dat gebeurt alleen als investeringen in megamelkveebedrijven doorgaan en de productie jaarlijks met 4 tot 5 procent blijft groeien. Daarnaast moet de consumptiegroei dan beperkt blijven tot 3 procent. Uit de diverse rapporten valt af te leiden dat China dit niet gaat redden, alleen al omdat het opvoeren van de zuivelproductie grenzen kent. Het areaal grasland is beperkt, China blijft afhankelijk van de import van veevoer en er zijn beperkingen wat betreft water en milieu. Zelfs als China de melkproductie aanzienlijk kan opvoeren, is het twijfelachtig dat dit gebeurt tegen concurrerende prijzen ten opzichte van de EU of Nieuw-Zeeland. ●
Uit ons gedrukte magazine ZuivelZicht 2 2026


