Achttien keer per dag ingrijpen, 6600 keer per jaar en zesduizend boetes. De waakhond voor de voedselveiligheid neemt geen halve maatregelen als zuivelbedrijven de regels voor voedselveiligheid niet tot in de puntjes naleven.

Net als alle levensmiddelen bevatten zuivelproducten louter stoffen die bestemd zijn voor consumptie. Het kan hierbij gaan om een grondstof, hulpstof, additief, halffabricaat of eindproduct. Fabrikanten, verwerkers en distributeurs zijn volgens de wet verantwoordelijk voor de veiligheid van deze producten. Binnen de zuivel zijn dat niet alleen de zuivelfabrikanten, maar ook kaasmakerijen, ambachtelijke bedrijven en winkels. De regels gelden ook voor ingevoerde zuivel en daarvoor dragen bedrijven verantwoordelijkheid die deze producten importeren.
Voor voedselveiligheid zijn er niet alleen strenge regels, maar ook scherp toezicht en handhaving. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is daarmee belast.

Zesduizend boetes

Zo legde de NVWA in 2021 gemiddeld achttien keer per dag een handhavingsmaatregel op, 6600 per jaar in totaal. In dat jaar zijn zesduizend boetes gegeven aan bedrijven die de regels voor voedselveiligheid niet goed hadden gevolgd. Bedrijven moeten ervoor zorgen dat de
levensmiddelen in alle stadia van het proces (productie, verwerking en distributie) voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving. Ook moeten zij controleren of deze voorschriften worden nageleefd. Als een levensmiddel onveilig is, mag het niet in de handel worden gebracht. Er is sprake van een ‘onveilig’ product als het schadelijk is voor de gezondheid of ongeschikt voor menselijke consumptie. Levensmiddelenbedrijven en dus ook zuivelbedrijven moeten een goed systeem voor traceerbaarheid hanteren. Bedrijven moeten bijhouden wie hun leveranciers en afnemers zijn en om welke producten het gaat. Voor levensmiddelen met dierlijke oorsprong vereist de NVWA dat bedrijven de traceerbaarheidsinformatie binnen vier uur kunnen aanleveren.

Meldplicht voor bedrijven

Komen onveilige zuivelproducten in de handel, dan moet dat direct worden gemeld via de website van de NVWA. Een melding moet dus ook worden gedaan als het product nog niet in de winkel ligt. De meldplicht rust bovendien op alle partijen in de keten die weten of behoren te weten dat een levensmiddel onveilig is, dus niet alleen een zuivelbedrijf dat een onveilige partij levert. Partijen in de keten die dat niet melden, kunnen elk een sanctie krijgen.

De NVWA heeft verschillende handhavingsbevoegdheden. Die vallen uiteen in sanctionerende en corrigerende interventies. Bij een sanctionerende interventie is het doel bestraffing, terwijl een corrigerende interventie – zoals de last onder dwangsom – beoogt een onrechtmatige toestand te herstellen. In de praktijk kan een dergelijke corrigerende interventie grote financiële en/of reputationele gevolgen hebben en wel degelijk als bestraffend worden ervaren.

Uit de handel nemen

Een andere belangrijke interventie door de NVWA is de 'recall': het uit de handel nemen
en zo nodig terughalen van producten door de producent, gecombineerd met het informeren
van consumenten. De term 'recall' wordt in de praktijk soms door elkaar gebruikt voor verschillende maatregelen, variërend van het ‘stil’ terugroepen van het product bij verkoopkanalen (voordat het aan consumenten is verkocht), het publiekelijk waarschuwen voor onveilige producten en als derde het terughalen van een product bij de consument.

De 'recall' is in juridische zin geen bevoegdheid van de NVWA, maar een verplichting van rechtswege die rust op de producent. De NVWA hoeft dus niet een besluit te nemen
waarin een 'recall' wordt opgelegd. Maar als de producent weigert die uit te voeren, kan de NVWA een producent proberen te dwingen door het opleggen van eenlast onder dwangsom. Ook kan de NVWA achteraf een boete opleggen. Die bedraagt 1 procent van de jaaromzet van de producent in geval van opzet, met een maximum van 900.000 euro.

Ernst van de schadelijkheid

Bedrijven moeten in eerste instantie zelf beoordelen of zij denken dat een zuivelproduct (mogelijk) onveilig is. In de praktijk kan deze beoordeling lastig zijn, met name met
betrekking tot de vraag wat de aard en ernst van de schadelijkheid van het levensmiddel is. Ook kan het zijn dat de NVWA en de onderneming anders denken over de nood- zaak van een terugroepactie. Bovendien zullen voor bedrijven ook andere factoren meewegen bij de vraag of een (publieke) 'recall' een geschikt middel is. Gevolgen voor klanten bijvoorbeeld,
voedselverspilling, effect op de reputatie van het merk en het risico van schadeclaims. Zodra een 'recall' nodig is, moet die onmiddellijk in gang worden gezet. Duurt dat te lang dan legt de NVWA een last onder dwangsom op en kan een bedrijf op zeer korte termijn gehoor moet geven aan de terugroepactie. Vijf jaar geleden oordeelde een rechter dat een zogeheten begunstigingstermijn van vier uur onder omstandigheden ‘niet onredelijk kort’ was.

Vanuit reputatieoogpunt is van belang dat als een bedrijf nalaat consumenten te informeren over de redenen voor het uit de handel nemen van een product, de NVWA
dit zelf kan doen. ●

Uit ons papieren magazine ZuivelZicht 1 2026.

Altijd op de hoogte blijven?