Het aantal jonge boeren neemt toe, maar in de melkveehouderij ligt demotivatie op de loer. "De frustratie is groot als voor het halen van stikstofdoelen steeds naar boeren wordt gekeken." Toch zien jongeren nog perspectief.

Dat de motivatie van jongeren voor de melkveehouderij onder druk staat, valt ook op buiten de agrosector. “Als er geen jonge boeren bijkomen komt de voedselzekerheid over 25 jaar in gevaar. Ook Brussel begrijpt dat het aan de jonge generatie is om te innoveren en aan de slag te gaan met nieuwe technieken”, aldus EU-journalist Bert van Slooten bij het radioprogramma
'1Vandaag'. Amber Laan (29) en Johannes van der Veer (31) denken dat vooral duidelijkheid in het beleid jonge boeren zoals zij kan motiveren. Ze hebben allebei een eigen melkveehouderij,
samen met hun families. Ze zijn daarnaast actief voor het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), dat 8.000 leden telt tussen 16 en 35 jaar, niet alleen melkveehouders. Het aandeel boeren ouder dan 67 die geen opvolgers hebben, neemt toe. Zij reageren vaak minder flexibel op nieuwe ontwikkelingen. Daarom is nieuwe aanwas hard nodig. Het aantal jonge boeren groeit volgens de laatste CBS-landbouwtelling ook, maar langzamer.

Demotivatie ligt op de loer

Positief is dat jongeren die een landbouwopleiding volgen enthousiast zijn, maar demotivatie ligt op de loer als ze zich laten leiden door de waan van de dag, steeds veranderende
politieke maatregelen en negatieve mediaberichten. Johannes van der Veer, bestuurslid van
Agrarische Jongeren Fryslân, een grote provinciale afdeling van het NAJK met 1.200 leden, heeft samen met zijn familie een maatschap. Op de locaties Wjelsryp en Spannum houden zij zo’n 200 koeien en 350 schapen. Volgens Johannes hebben jonge boeren vooral behoefte aan duidelijkheid tot 2040.

Wispelturig overheidsbeleid

“De laatste jaren is er te veel onzekerheid. Sommigen komen door het wispelturige overheidsbeleid in de knel. Dat schrikt een aantal jongeren af om boer te worden. Het NAJK vertelt hen hoe dat toch kan. Jonge boeren kunnen sterk de motivatie hooghouden, doordat we continu nadenken over wat een oplossing kan zijn en ons realiseren waartoe we in staat zijn en wat we al goed doen.”

Amber Laan heeft samen met haar ouders een melkveebedrijf in Warder, Noord-Holland, met 70 koeien die in de zomer buiten lopen. “Ik heb de dagelijkse leiding en melk meestal zelf de koeien, want mijn vader heeft nog een bedrijf. Doordat onze melkveehouderij eenvoudig is ingericht, is de combinatie met mijn NAJK-werk behapbaar.” Ze gaat bijna dagelijks op pad voor de NAJK.
Sinds augustus 2025 is zij lid van het landelijke dagelijkse bestuur van de vereniging. Ze weet, doordat ze vaak met jonge boeren spreekt, hoe groot de frustratie is als steeds naar het landelijk gebied en de boeren wordt gekeken wanneer het gaat over het (al dan niet) behalen van bepaalde stikstof- en natuuropgaven. “Jongeren binnen onze vereniging vinden desondanks de motivatie, omdat we vaak hetzelfde voelen en leren van elkaars aanpak.”
Op de vraag of hun eigen motivatie de afgelopen jaren is gedaald door de stikstofproblematiek
en steeds andere regeltjes en of ze denken dat de jonge landbouwminister Jamie van Essen (34) het verschil gaat maken, antwoordt Amber: “Hij zou onze taal moeten spreken.”

Onze generatie

Johannes: “Dat had Femke Wiersma (41) ook moeten doen, zij behoort nog tot onze generatie. Wat die onzekerheid betreft, die is er altijd in zekere mate, je moet daar flexibel mee om kunnen gaan. Als boer moet je tegenwoordig steeds meer ondernemer zijn. Met alleen werken met de koeien red je het niet meer. Net als Amber denk ik dat je je omgeving goed in de gaten moet houden en snel moet inspelen op wat er gebeurt. Als weer een politicus roept dat de helft van de koeien weg moet, moet je je daar eigenlijk niks van aantrekken. Dat gaat hij of zij toch niet waarmaken. Maar ik snap dat veel jongeren daar onzeker van worden.” Wat zijn dé problemen waar jongeren tegenaan kijken? Johannes: “In het noorden is mest het grootste probleem, in het midden gaat het meer over stikstof en in het zuiden beide.”

Extra ruimte helemaal weg

Amber: “Het hangt er vanaf waar je bedrijf zit. Wat het uitrijden van dierlijke mest betreft is de extra ruimte die we hadden helemaal weg. Dat betekent dat veel boeren hun mestoverschot moeten afvoeren. Dat kost veel. Daar zit veel onbegrip. In het noorden bijvoorbeeld mogen boeren nu minder mest uitrijden, terwijl de waterkwaliteit daar eigenlijk prima voldoet en meer mest minder impact op het milieu heeft. Dat zou je moeten differentiëren per gebied. De
overheid moet stoppen met het aandraaien  van de duimschroeven voor heel Nederland.”
Ambers boerderij staat op veengrond in Natura2000-gebied, waar ze beperkingen ondervindt. Niet vanwege stikstof, maar omdat er beschermde weidevogels voorkomen. Ze heeft haar bedrijfsvoering aangepast en beseft dat haar koeien minder melk geven dan wat zou kunnen. Het weidevogelbeheer heeft gevolgen voor de opbrengst en kwaliteit van het gras. Omdat ‘haar’ stikstof 23,9 kilometer verderop terechtkomt – 1,1 kilometer te dichtbij om voorbij de 25 kilometergrens van het stikstofmodel te komen – kan ze nu haar stal niet uitbreiden. Toch zegt ze trots: “De grutto, onze nationale vogel, doet het hier steeds beter.”

Johannes heeft minder last. Er zijn wel weidevogelgebieden, maar die hebben niet het stempel Natura2000. “Ik vind wel dat de 162 Natura2000-gebieden te versnipperd zijn en dat veroorzaakt de grootste problemen, ook als het gaat om nieuwe regelgeving.”

Bijna niet te betalen

Wat zijn de toekomstverwachtingen van beide jonge boerenondernemers, die ze ook zien voor hun jonge collega’s? Zonder boeren immers geen eten. Johannes ziet een trend naar schaalvergroting. Amber: "Logisch. Meerdere partijen in Den Haag zien liever kleinere bedrijven en meer boeren. Het huidige beleid dat alles steeds ingewikkelder maakt, voorkomt dat. Dure innovaties zouden mogelijk de toekomst zijn voor een melkveebedrijf, maar die zijn bijna niet betalen voor een bedrijf met 70 koeien. Dan moet je heel anders gaan boeren. Economische principes spelen de hoofdrol, tenzij er een scherp beleid komt dat maximeert of limiteert en rekening houdt met wat behapbaar en maatschappelijk acceptabel is. Je kunt alle koeien binnenhouden in een totaal gecontroleerde omgeving, waarbij we alle stikstof- en methaanemissies super goed kunnen beheersen. Dan ga je alle koeien wel in een superluxueuze stal binnenzetten.” Dat kan, maar verandert wel het unieke Hollandse landschap, vervolgt Amber. “Er is te weinig discussie over vragen als: is stikstof superslecht of gewoon slecht, hoe halen we de doelen en wat vinden we acceptabel in 2050? De antwoorden zijn belangrijk en kunnen voor jonge boeren het verschil maken als ze moeten kiezen of ze echt het
vak in willen.” ●

‘We kunnen meebewegen met de veranderingen’

Douwe Komdeur (22) volgt voltijds biologisch en biologisch-dynamisch landbouwonderwijs bij Aeres Warmonderhof in Dronten. Hij woont, net als ruim honderd andere mbo-studenten, op het terrein en is bezig aan zijn vierde en laatste jaar. Negatieve berichten en uitdagingen ten spijt denkt hij dat de melkveehouderij iets is wat hij de rest an zijn leven wil doen. Hij wil later een eigen melkveehouderij. “Ik denk dat we hier allemaal positief en flexibel zijn, waardoor we kunnen meebewegen met de verandering die nodig is”, zegt Douwe. “Ik had op de middelbare school al een passie voor koken en was erg bezig met eten. Bovendien wilde ik weten waar ons voedsel vandaan komt. Van daaruit ben ik gaan kijken naar de landbouw. Deze opleiding trok me enorm. Eenmaal hier, merkte ik dat ik het werken met koeien fantastisch vind. Dat geeft me rust en energie.”

Douwes motivatie is niet veranderd door uitdagingen als het krimpen van de veestapel, stikstof, methaanuitstoot en mest. “Ik denk dat er een toekomst blijft voor dieren in de landbouw en ruimte voor de veehouderij. Die geven er waarde aan en zijn onmisbaar voor de biologische landbouw. Daar is niet alleen mest voor nodig, maar biologisch vlees en melk zijn hoogwaardige eiwitbronnen. Wel geloof ik dat we moeten terugschalen. Minder koeien, zodat we in eigen land genoeg diervoeding kunnen produceren. Het is raar dat we uit verre landen landen voeder halen en dat de stikstof vervolgens hier wordt uitgestoten door de dieren. Dan zitten we met een probleem. Ik denk dat het huidige, gangbare grootschalige karakter niet houdbaar is.”

‘Gewoon zin in de melkveehouderij'

Jenna Sadon (23) zit in het vierde jaar van de opleiding biologische en biologisch-dynamische landbouw van Aeres Warmonderhof, met als specialisatie melkveehouderij. Ze vindt werken met dieren ‘gewoon heel leuk’  en maakt zich niet veel zorgen over de toekomst. “Na een eerdere studie heb ik in mijn tussenjaar als vrijwilliger in Noorwegen op boerderijen gewerkt in het kader van het uitwisselingsprogramma Workaway. Dat was een fijne ervaring. Daarom heb ik naar opleidingen in Nederland gekeken. Daar is Warmonderhof uitgekomen. Het tweede jaar ben ik op stage gegaan in Zweden bij een traditioneel biodynamisch gemengd bedrijf, met een veehouderij met melken vleeskoeien en geiten, tuinbouw, akkerbouw en een kaasmakerij. De veehouderij sprak me het meeste aan en is in het derde jaar mijn specialisatie geworden.”
Ze is nog niet bezig met de problemen rond de melkveehouderij, zoals mestoverschotten en stikstof. “Ik maakte me er eigenlijk niet veel zorgen over, ik wist dat ik het erg leuk vind in deze sector te werken. Dat was het belangrijkste voor me.” Ongeacht wat er nu allemaal speelt ziet Jenna een goede toekomst voor zich als veehouder. “Ik weet niet hoe later gaat, maar ik heb gewoon zin in de melkveehouderij.”