Dat is nog steeds zo, maar kijk eens naar de opmars van de speciaalzaak voor kaas . In 2014 waren er 530 en vorig jaar 730. Dat zijn er gemiddeld meer dan twee per gemeente, waarvan ons land er 342 heeft. Uiteraard meer in de grotere steden en wat minder op het platteland.
Ter vergelijking: in 2020 waren er in ons land in totaal 84 100 fysieke winkels. Vorig jaar waren dat er 83.200. Dat de retail het moeilijk heeft is bekend, maar de speciaalzaak voor kaas lijdt geen centje pijn. Nog steeds worden er nieuwe geopend. Dat zijn geen winkels in broodbeleg, maar traiteurs die handelen in kwaliteitsspijs voor de verfijnde smaak. Kaas is niet alleen basisvoeding, maar steeds meer een product dat samenvalt met leefstijl. Een kaasplankje bij een goed glas wijn. Natuurlijk wordt menige boterham nog steeds belegd met een plak kaas, dat gaat niet weg. Maar het is duidelijk dat dit zuivelproduct steeds veelzijdiger wordt. Gelukkig maar, want de kaasprijs is de afgelopen jaren met tientallen procenten omhooggegaan. Zou kaas alleen maar een massaproduct voor de maaltijd zijn gebleven, dan zat de sleet al op de handel. Rijzende prijzen leiden tot krimpende verkoop, dat leer je al op de middelbare school.
Het is veelzeggend dat de kaasmakers het product vrijwel geruisloos hebben getransformeerd van volksvoedsel naar een welvaartsproduct. Dat is meer dan alleen handige marketing. In laboratoria en kaasmakerijen wordt geduldig en met volle overtuiging gewerkt aan verbetering van het product, voortbordurend op expertise die in vele tientallen jaren is opgebouwd.
Nederlandse kaas is daardoor een kwaliteitsproduct van de allerbovenste orde. Een product dat niet alleen op de thuismarkt nieuwe doelgroepen aanboort, maar dat ook wereldwijd de toon zet.
De Nederlandse kaas is niet alleen een gouden product, maar heeft ook recht op goud als eremetaal. De hoofdprijs voor succesvolle vernieuwing, continue verbetering en het overtuigen van een miljardenpubliek. Het is dankzij deze succesvolle ondernemersgeest dat Nederland een vitale zuivelsector heeft waar de rest van ondernemend Nederland een puntje aan kan zuigen.