Sinds 2022 worden EU-consumenten geconfronteerd met buitengewone prijsstijgingen in de supermarkt, terwijl de lonen achterblijven. Het goede nieuws is dat de reële loongroei een omgekeerde beweging maakt en dit jaar waarschijnlijk in gematigd tempo zal verbeteren. ECB-prognoses aangeven dat de voedselinflatie zal dalen van 2,8 procent in 2025 naar 2,4 procent in 2026. Een geleidelijke doorwerking van lagere marktprijzen voor verschillende landbouwgrondstoffen, zoals zuivel, suiker en cacao, is een belangrijke reden voor de vertraging van de voedselinflatie. Bovendien verwacht ING Research in de sectorupdate Agri & Food lagere energieprijzen, wat helpt prijsstijgingen in de toeleveringsketen binnen de perken te houden. Kosten die producenten, distributeurs en detailhandelaren maken kunnen de inflatievermindering echter temperen. Daar komt bij dat de mate van inflatie grote verschillen vertoont tussen de diverse EU-landen.
Consumenten niet gerustgesteld
Gemiddeld besteden Europeanen bijna 16% van hun totale budget aan voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken in de detailhandel. Dit aandeel is hoger in Oost- en Zuid-Europese landen. Uit een combinatie van inflatie- en uitgavengegevens blijkt dat huishoudens in Roemenië en Bulgarije momenteel veel meer worden getroffen door stijgende voedselprijzen. De prijzen van levensmiddelen zullen dus ook in 2026 nog stijgen. Sommige producten, waaronder basisproducten zoals melk, boter, suiker en aardappelen, worden iets goedkoper. Consumenten zijn nog niet gerustgesteld over een matiging van de voedselinflatie. De meeste respondenten in het laatste ING Research consumentenonderzoek verwachten dat de prijzen van levensmiddelen in 2026 sneller zullen stijgen dan vorig jaar. Dit geldt met name voor Roemenië (73 procent), België (66 procent) en Nederland (64 procent).
Ondanks het herstel van de meeste reële lonen blijven consumenten somber over hun koopkracht in 2026. Slechts 14 procent van de respondenten in de zes landen van de ING-enquête verwacht een vertraging. Dit is een teken dat veel consumenten mentaal voorbereid zijn (of zich voorbereiden) op een nog hogere inflatie. Zij moeten eerst zien dat de inflatie afneemt vooraleer ze het geloven.
Gebrek aan vraag
Het gebrek aan vraag is de belangrijkste zorg voor fabrikanten van voedingsmiddelen en dranken. Volgens EU-industrie-enquêtes geldt dat vooral voor Frankrijk, Nederland en België. EU-producten zijn buiten de EU nu minder concurrerend door een sterkere euro en Amerikaanse en Chinese invoerheffingen op voedingsmiddelen. Binnen de EU zou de vrees voor aanhoudende prijsstijgingen in de winkelrekken kunnen verklaren waarom de vraag tegenvalt, aangezien dit consumenten ervan weerhoudt meer of duurdere producten te kopen. De verkoopvolumes in de EU-voedingsdetailhandel zijn sinds medio 2024 slechts licht gestegen.
Op nationaal niveau doen Spaanse retailers het beter dan hun tegenhangers in andere grote lidstaten, dankzij sterkere binnenlandse bestedingen en een toenemend aantal toeristen. Italië en Nederland doen het slechter, hoewel de Nederlandse cijfers voor 2024 en 2025 vertekend zijn door een verbod op de verkoop van tabak in supermarkten. In de Nederlandse voedingsdetailhandel blijkt uit de transactiegegevens van ING-betaalkaarten dat discountsupermarkten vorig jaar marktaandeel hebben gewonnen. Een duidelijk signaal dat veel consumenten nog steeds zeer prijsbewust zijn.
Consumenten blijven voorzichtig
Nu de voedselinflatie afneemt en de reële lonen licht stijgen, worden de vooruitzichten voor de verkoopvolumes van voedingsmiddelenbedrijven in de EU positiever. Toch verwachten we eerder een marginale stijging van de verkoopvolumes dan grote verbeteringen.
Meer informatie en grafieken (in het Engels): klik op de Bron onder het artikel.
Bron: ING Sector Update februari