De productie in de veehouderij is in 2025 met 4 procent gedaald, volgens voorlopige cijfers. In de plantaardige sector is in dat jaar juist een groei van 4,4 procent te zien. Daarmee komt een einde aan de dalende lijn van de afgelopen jaren. De stijging in 2025 komt vooral doordat meer aardappelen, graan en groenten zijn geoogst. Voor 2026 verwacht ING weer een productiekrimp. In de veehouderij komt dat vooral doordat bedrijven deelnemen aan landelijke beëindigingsregelingen. In de laatste maanden zijn ruim 150 bedrijven gestopt. De komende maanden volgt nog een groep van naar verwachting ruim 200 bedrijven. In totaal doen waarschijnlijk zo’n 950 bedrijven mee. Daardoor zet de krimp in de veehouderij in 2026 door. In de melkveehouderij geldt nog steeds een afroming van 30 procent bij het verhuren of verkopen van productierechten. Ook dit zorgt voor een verdere krimp van de veestapel.
Fosfaatplafond overschreden
In 2025 zijn de maxima voor fosfaat verlaagd naar 135 miljoen kilo en voor stikstof naar 440 miljoen kilo. Uit de laatste cijfers blijkt dat het fosfaatplafond in 2025 nog steeds is overschreden. De verwachte krimp in de sector is niet genoeg om onder dit plafond te blijven. Dit voorjaar volgen daarom opnieuw regelingen die moeten zorgen voor verdere inkrimping van de sector. Voor akkerbouwers wordt het steeds lastiger het productievolume op peil te houden. Dat komt door lagere stikstofgebruiksnormen en strengere beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen. Deze factoren drukken zwaarder op de productie dan de positieve effecten van genetische en technologische vooruitgang. De waarde van de landbouwexport is overigens vorig jaar met 8,4 procent toegenomen tot 137,5 miljard euro. Zuivel en eieren, sierteelt en vlees blijven de belangrijkste exportproducten.
Dalend vertrouwen
Europa heeft geen toestemming meer gegeven voor derogatie, waardoor de druk op de mestmarkt dit jaar verder toeneemt. De prijzen voor mestafzet liggen op een hoog niveau, terwijl de opbrengstprijzen in de melkveehouderij en varkenshouderij juist flink zijn gedaald. In de akkerbouw is in 2025 sprake van een voorspoedig groeiseizoen. Door een groter areaal aardappelen en hoge opbrengsten per hectare is er nu een overschot op de markt. Dat zorgt voor sterk dalende afzetprijzen. Ook de export van diepgevroren frites heeft last van toenemende buitenlandse concurrentie, waardoor de vooruitzichten voor 2026 onder druk staan. Door deze marktontwikkelingen is het vertrouwen onder ondernemers in de afgelopen zes maanden sterk gedaald. Het ligt nu duidelijk onder het langjarig gemiddelde.
Boer wil duidelijkheid
Boeren hebben de afgelopen decennia al meer dan 50 procent stikstofreductie bereikt. Dat komt door investeringen in innovaties, zoals aangepast veevoer, mestverwerking, mestaanwending en luchtwassers. Het aantal agrarische bedrijven daalt al jaren door vergrijzing en een tekort aan opvolgers. Door het opkoopbeleid zal die ontwikkeling nog sneller gaan. De stikstofreductie stagneert de laatste jaren en boeren die door willen gaan beseffen dat er iets moet veranderen. Naast stikstof staan boeren voor meer uitdagingen, zoals het herstellen van biodiversiteit en het voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. Boeren die willen blijven vragen daarom om duidelijke regels voor de lange termijn. Zo kunnen ze gericht investeren in een toekomstbestendig bedrijf. Door de opkoopregelingen zijn volgens het CBS het afgelopen jaar 500 veehouderijbedrijven gestopt en zijn er nog ruim 13.000 over.
Voor 2026 ziet ING opnieuw nieuwe regelingen, zoals de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem). Deze ligt op dit moment ter goedkeuring bij de Europese Commissie. Met deze regeling krijgt een melkveehouder een vergoeding als hij zijn veestapel met 10 tot 20 procent verkleint. Ook de regeling Vrijwillige bedrijfsbeëindiging veehouderijlocaties (Vbr) wordt in 2026 verwacht. Die moet nog worden voorgelegd aan de Europese Commissie. Daarnaast hebben provincies inmiddels diverse gebiedsplannen gepubliceerd. Daarin sturen zij regionaal op het verminderen van ammoniakemissies en het herstellen van natuur.
Goed jaar voor melkveehouders
Waar de melkprijs in 2024 nog sterk stijgt, draait de markt in de zomer van 2025 volledig om. Door de flinke groei van de melkproductie wereldwijd dalen de prijzen vanaf de zomer snel. Lagere wereldmarktprijzen voor melkpoeder, boter en room en een dollar die 16 procent minder waard is versterkten dit effect. Aan de vraagkant is sprake van slechts beperkte groei. Over het geheel is 2025 voor melkveehouders een goed jaar, zoals enkele weken geleden ook advies- en accountantsbureau Flynth constateerde, maar de vooruitzichten voor de eerste maanden van 2026 zijn zwak. De actuele prijs per kilo melk ligt rond de 40 eurocent en zal voorlopig weinig veranderen. Mogelijk komt er vanaf het einde van het tweede kwartaal weer meer evenwicht tussen vraag en aanbod, waardoor er ruimte ontstaat voor hogere prijzen. De prijs van biologische melk is in 2025 verder gestegen. Vraag en aanbod zijn in Nederland goed in balans, waardoor er ruimte is gekomen voor een prijsverhoging. Die is ook nodig, omdat de kostprijs verder is gestegen.
Voor meer informatie druk op de Bron onder het artikel.
Bron: ING Sector Food | Jan Willem van den Berg


