De Europese Commissie ziet een belangrijke rol voor deze groep om voedselzekerheid en leefbaarheid op het platteland te waarborgen. Gebaseerd op deze prognose kijkt ABN AMRO naar de verwachte productie in Nederland. Volumes in de landbouw worden sterk gedreven door de hoeveelheid areaal waarop geteeld wordt en de omvang van de veestapel. Ook weersomstandigheden, plant- en dierziekten, krachtvoer en gewasbeschermingsmiddelen spelen een belangrijke rol. In 2025 zijn deze omstandigheden ten opzichte van 2024 overwegend positief, wat de productie heeft bevorderd. De financiële resultaten op bedrijfsniveau variëren sterk per sector (prijzen waaronder de melkprijzen wijken inmiddels af ten opzichte van de analyse in september).
Melkproductie in 2025 toegenomen
Voor de gehele agrarische sector en visserij verwacht ABN AMRO voor dit jaar een volumestijging van 3 procent. Oogsten in de akkerbouw zijn fors hoger dan in 2024. Daarnaast neemt de melkproductie na een aanvankelijke daling fors toe ten opzichte van 2024. Voor 2026 en 2027 wordt respectievelijk -2,0 procent en -0,5 procent volumekrimp verwacht voor de gehele sector, voornamelijk gedreven door een verdere daling van de veestapel. In 2025 is deze trend nog maar beperkt zichtbaar. Het akkerbouwareaal neemt juist toe met drie procent.
De Europese Unie gaat voor generatievernieuwing in de landbouw met als doel het aandeel jonge landbouwers in de EU tegen 2040 te verdubbelen naar 24 procent. Jonge boeren spelen een cruciale rol voor de voedselzekerheid in de EU en voor levendige plattelandsgebieden. Europa erkent daarin ook de zware druk op de sector: een vergrijzende beroepsbevolking, een krimpende plattelandsbevolking en economische en ecologische uitdagingen. Ook in Nederland is de landbouw sterk vergrijsd.
De circa 49.000 bedrijven die actief zijn in de landbouw variëren in omvang van zeer klein tot zeer groot. Slechts 10 procent van de landbouwers is jonger dan 40 jaar terwijl 60 procent 55-plus is. Het aandeel jonge boeren neemt toe bij grotere bedrijven. Uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van ABN AMRO blijkt dat wanneer ondernemers uit de landbouw plannen hebben voor opvolging van het bedrijf, in 90 procent van de gevallen de beoogde opvolger een familielid is. Slechts 4 procent van de ondervraagden geeft aan het bedrijf te willen beëindigen. Uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van ABN AMRO blijkt dat wanneer ondernemers uit de landbouw plannen hebben voor opvolging van het bedrijf, in 90 procent van de gevallen de beoogde opvolger een familielid is. Slechts 4 procent van de ondervraagden geeft aan het bedrijf te willen beëindigen.
Grondprijzen uitdaging voor melkveebedrijven
Overdracht binnen de familie kan een emotioneel en complex proces zijn. Het bedrijf loslaten door de overdragende generatie is vaak een struikelblok. Dit wordt nog eens bemoeilijkt door de grondprijzen waardoor de waarde van onderneming en daarmee de financiële uitdaging wordt vergroot.
Voor melkveebedrijven en akkerbouwbedrijven leveren de hoge grondprijzen een extra uitdaging op. Melkveebedrijven moeten vanaf 2032 grondgebonden zijn. Dit betekent kortweg dat bedrijven mest op eigen land of in de omgeving afzetten. Grond is echter schaars en grondprijzen torenhoog. Tegelijkertijd is de verdiencapaciteit van melkveebedrijven sterk afhankelijk van het aantal dieren dat zij houden.
Het gebrek aan toekomstperspectief van de sector en stilstand in vergunningsverlening zorgen bovendien voor veel onzekerheid. De locatie van het bedrijf is bepalend voor ontwikkelingsmogelijkheden. Dit maakt het toekomstbeeld voor opvolgers uitdagend. Heldere kaders en normeringen binnen doelsturing zijn nodig zodat jonge boeren perspectief krijgen. Daarnaast is flankerend beleid om deze doelen te behalen onmisbaar, temeer om versnelde schaalvergroting te voorkomen.
Bron: ABN AMRO


